fsrc De Jiskefetman | Online copywriting | Schrijven en Schrappen

Ik huppel het ziekenhuis binnen. Mijn dag kan niet meer stuk. Leuke opdracht binnengehaald en het is vrijdag. Bijna weekend. In een rechte lijn loop ik naar West 52, polikliniek KNO artsen. Er staat een rij achter de rode lijn die op de vloer is geplakt. Veel van onze klanten hebben behoefte aan privacy. Wacht u daarom achter deze lijn.

Ik werp een tevreden blik op de klok. Precies drie uur. Aan mij ligt het niet. Ik neem plaats aan de niets-aan-de-hand-leestafel.

Als ik opkijk zie ik aan de andere kant van de wachtkamer een oudere heer zitten. In een rolstoel. Dikke brillenglazen. Terwijl hij naar mij kijkt zegt hij tegen zijn zoon: ‘Wat is dat nou? Een meisje of een vrouw? Die dáár zit…’ Hij wijst met zijn vinger in mijn richting.
De zoon schuifelt ongemakkelijk op en neer op zijn stoel en denkt na over een antwoord. Maar ik ben hem voor.

‘Een mooie jongedame!’ schreeuw ik over de leestafel in de veronderstelling dat iedereen doof is die naar de KNO-arts gaat.

‘Mijn vader is bijziend…’ zegt de zoon.
‘O dan is hij hier op de verkeerde afdeling!’ roep ik. Ik lach om mijn grap. Als enige.

Ik lach om mijn grap. Als enige.

‘Mevrouw Rothuizen,’ klinkt een stem ongeduldig achter me. De zuster kijkt alsof ze me al een paar keer heeft geroepen. Ze loopt met ferme passen voor me uit de gang in en zwaait een deur voor me open. Ik kom in een spreekkamer met daarin een ingebouwd hokje. Een geluiddichte cabine.

Uit de cabine komt een Jiskefetman. Rode wangen. Achterovergekamde slierten haar. Natte plekken onder zijn oksels. Hij steekt zijn hand uit en nodigt me uit om de cabine in te gaan. De ruimte is klein. Drie bij drie.

‘Laat de deur nog maar even openstaan,’ zucht hij als ik naar de deurklink reik. In het midden staat een tafel. Erop staat apparatuur die ik wel eens in een opnamestudio heb gezien. Ik ga zitten aan de ene kant van de tafel. Hij aan de andere kant.

‘Ik ga drie verschillende gehoortesten met u doen. Ik leg steeds uit wat de bedoeling is,’ zegt de Jiskefetman. Hij staat op om de deur te sluiten. Samen zitten we nu opgesloten in de geluiddichte ruimte. De dikke deuren doen denken aan een bankkluis.

De stilte is oorverdovend. Het is hij en ik. Niemand die ons nog hoort. Naast de deur zie ik een grote ronde alarmknop. Voor het geval dát. Ik druk de gedachte weg aan wat dát zou kunnen zijn.

Het is een leuk spelletje: koptelefoon op, vinger aan de knop.

Zodra ik een toon hoor, moet ik drukken. Hoge en lage tonen vliegen links en rechts voorbij. Daarna hetzelfde verhaal maar nu met een extra apparaatje op mijn hoofd. Ik begin me net te vervelen als de volgende test begint.

Een mevrouw zegt steeds een woordje in mijn oor. Ik moet hardop zeggen wat ik heb verstaan. ‘Ook als u het niet verstaat, zegt u hardop wat u dènkt te verstaan,’ zegt de Jiskefetman.
De mevrouw spreekt keurig accentloos ABN. Het is een saaie stem. Ik probeer me haar voor te stellen. Het lijkt me geen geil typje.

Leeg. Leeg. Maag. Maag. Rood. Rood. Beeld. Beeld.

Maar dan wordt het moeilijker. De mevrouw klinkt steeds verder weg. Ik moet mijn oren spitsen en betrap mezelf erop dat ik mijn hoofd scheef houd in de hoop het zo beter te kunnen verstaan.

Zuur. Zuur.
Kla. Kla?
Mie. Mie?
Bi. Bi?
Kut. Kut?

Wat zeg ik nou? Kutje!

Jiskefetman kijkt me vanachter zijn beeldscherm aan. Een lach verschijnt om zijn mond. Een verboden lach. ‘Ik denk dat we klaar zijn,’ zegt hij en staat op om de deur open te gooien.

Elk halfuur kan hij even ademhalen. De rode knop is niet bedoeld voor mij. De rode knop is voor hem. Als hij het bewustzijn dreigt te verliezen na een dag zonder zuurstof te hebben gewerkt. Met piepjes, toontjes, knoppen en domme kutjes.

 

photo credit: Michel Banabila via photopin cc
photo credit: TimWilson via photopin cc

CURSUS SCHRIJVEN VOOR HET WEB 2016