‘Vervelend,’ zegt mijn fysiotherapeut, ‘dit was je zevenentwintigste behandeling van dit jaar, dus vanaf nu moet je ze zelf gaan betalen.’
Zevenentwintig! Ik heb mijn persoonlijk record verbroken en er komen er nog meer bij.

Ik baal. Ik heb al een in hoogte verstelbare kantoortafel zodat ik afwisselend staand, hangend en zittend kan werken. Ik doe oefeningen, met en zonder halters. Ik slaap met mijn arm op een kussen.

Ik troost mezelf dat ik met deze armen al een paar ton bij elkaar heb getikt. Maar als ik in dit tempo doorga, kán ik straks niet meer schrijven. Tijd voor verandering.

Het ligt voor de hand dat ik een cursus ga geven als ik minder achter de computer wil zitten. De gedachte alleen al geeft me buikpijn.

‘Tuurlijk kun je dat,’ zegt mijn VA Tanja.
‘Gaaf,’ zegt een klant. ‘Kan ik me nu al opgeven?’
‘Je komt uit een onderwijzersfamilie,’ zegt mijn moeder. ‘Je vader kon ook zo boeiend vertellen.’

Eigenlijk is er maar één ding dat me tegenhoudt en dat is angst. Faalangst. Maar mijn angst voor nog meer fysieke klachten is groter dan de angst om te spreken in het openbaar. Voor een páár mensen. Ik besluit me gewoon te gaan voorbereiden. Ik maak zelfs een landingspagina en een Google Adwords campagne nog vóórdat ik iets aan de inhoud van de cursussen heb gedaan.

Binnen twee weken krijg ik mijn eerste aanvraag binnen. Niet voor een paar mensen maar voor een hele club. Ik schrik me rot. Zal ik zeggen dat ik de komende maanden vol zit? Dat ik niet in België lesgeef?

Ondertussen zie ik op social media dat collega ondernemers moeiteloos lesgeven of op de planken staan.
Simone Levie staat op een podium en inspireert duizenden vrouwen om in het licht te gaan staan.
De Videovakvrouw heeft zich lachend over haar presentatie-angst heen gezet en is op haar website blakend van het zelfvertrouwen te zien voor een groep mensen.

En Else Kramer stuurde een nieuwsbrief met een foto van zichzelf in alle glorie op een podium. Else schrijft dat ze jarenlang bang was om te spreken in het openbaar.

‘Vorige week was ik op tournee in Spanje en sprak ik voor een zaal van 1.000 engineers, als opening keynote speaker op een congres van Honeywell,’ schrijft ze.

Ik maak haar foto zo groot mogelijk op mijn 27” beeldscherm en zoek naar sporen van onzekerheid of angst. Maar niets wijst erop dat Else zojuist nog brakend van de zenuwen achter de coulissen heeft gestaan. Ze kijkt zelfs gelukkig (euforisch?). Ik zie alleen dat ze één scheef tandje heeft. Dat maakt haar nog sympathieker.

Net als ik Else weer klein wil maken, komt er een mailtje binnen van de school van mijn zoon. Het is een oproep voor ouders die gastlessen willen geven over hun beroep. Ik zie een kans maar angst springt er alweer voor. Toch geef ik me op. Oefenen op een groep VMBO’ers. Als ik dát overleef, durf ik ook cursussen te geven.

Ik vind het een geweldig idee, mijn zoon denkt daar heel anders over. Hij geeft me dan ook alvast een paar tips voor het geval ik het écht ga doen.
‘Je moet niet proberen grappig te zijn,’ drukt hij me op het hart. Hij kijkt erbij alsof hij me zojuist een dienst heeft bewezen.
‘Vind je mijn grappen niet leuk dan?’
‘Weet ik niet,’ zegt hij. ‘Jij maakt nooit grapjes.’
Ik moet even slikken. Als ik me even later voor de badkamerspiegel sta op te maken, blijft hij even stilstaan. ‘Waarom maak jij je eigenlijk op? Er kijkt toch niemand naar jou.’

Hij bedoelt dat niemand me ziet als ik thuis werk. Hij bedoelt dat niemand me ziet als ik thuis werk. Hij bedoelt dat niemand me ziet als ik thuis werk.

Rotjong.

IK OEFEN VOOR DE SPIEGEL EN GA DRIE KEER DOOD

De komende tijd maak ik me geen zorgen meer over de cursus die ik moet verkopen maar ga ik met de Keynote presentatie van mijn gastlessen aan de slag. Ik oefen voor de spiegel en ga drie keer dood. Waarom beweegt mijn bovenlip niet mee als ik praat? Waarom heeft nog nooit iemand daar iets van gezegd? En hoe kun je een uur lang je buik inhouden en toch normaal praten?

Ik volg presentatiecoach Otto Wijnen op Twitter en weet dat ik zijn tip “#Spreken Zet de beamer op zwart zolang hij niet nodig is. Voorkom afleiding. CTRL + B of CTRL + Z. Mac: CMD + B of CMD + Z.” nooit zal kunnen onthouden.

Mijn gastles bevat de nodige theorie – uitgelegd op VMBO-2 niveau –, voorbeelden van overtuigingstechnieken in reclame, twee coole filmpjes en ik bouw een paar grapjes in. Dan volgt een kleine demonstratie van ‘een nieuw product’. Dit alles ter voorbereiding van de uiteindelijke opdracht: bedenk een naam en maak een advertentie voor de Spirelli.

Past dat in driekwartier? Dat past. Je krijgt er een droge mond van maar het past.

Als de dag van de gastlessen is aangebroken, moet ik mijn zoon beloven dat ik doe alsof ik hem niet ken, als we elkaar onverhoopt tegen het lijf lopen op school. Ik heb sterk het vermoeden dat hij er alles aan zal doen om dit te voorkomen.

Ik heb goed geslapen, ik ben rustig en ik wacht op de zenuwen die nu toch wel moeten komen. Op het laatste moment bedenk ik dat ik mijn Keynote presentatie om moet zetten naar Powerpoint. Check.
Onderweg in de auto gebeurt er nog steeds niets en als ik in de lerarenkamer hoor naar welk klaslokaal ik moet, maak ik me geen zorgen of ik het lokaal wel kan vinden. (En dat is écht heel erg gek.)

Naast de deur van lokaal 1.06 hangt een aankondiging: On Stage – Lotty Rothuizen. Ik maak er stiekem een foto van. De klas loopt leeg en nieuwe kinderen komen binnen; ik mag. Licht uit, spot aan.

Mijn hulpdocent komt niet opdagen dus ik sluit de deur en ik begin. Ik kijk mijn klasje aan. Lege blikken kijken terug. Als ik er niet uitkom met het digi-bord, word ik spontaan door een leerling geholpen.

Ze noemen me mevrouw en ze steken hun vinger op als ze iets willen vragen. Ik ben de coolste juf van de school omdat ik de geschiedenis van de reclame in één minuut behandel. Ze luisteren vol belangstelling en verbazing als ze inzien dat reclame eigenlijk manipulatie is. Ik vertel, lach en improviseer.

In het vragenrondje vertel ik dat ik MAVO heb gedaan en dat ik best veel verdien. De belangstelling voor het vak stijgt met een paar honderd procent.

Eindelijk zijn we toe aan de demonstratie en de opdracht. Uit mijn boodschappentas pak ik de glazen schaal en de Spirelli. Ik ben op alles voorbereid als ik de komkommer uit de tas haal en hem zelfverzekerd in de lucht steek.
‘De eerste die hier een grapje over maakt, wordt mijn assistent!’, lach ik. Het blijft doodstil. Wil niemand assisteren, ben ik niet grappig of begrijpen ze niet dat ik hun dubbelzinnige opmerkingen voor wilde zijn? Nu voel ík me degene met een dirty mind.

‘Wil iemand me helpen?’, vraag ik op een niets-aan-de-hand- toon. Bijna alle vingers gaan de lucht in. Het duurt even voordat de jongen doorheeft hoe de groentepuntenslijper werkt maar al snel zit de schaal vol groentespaghetti.

In kleine groepjes buigen ze zich even later geconcentreerd over hun opdracht. Ze vinden het moeilijk maar ze doen hun best. En als de bel gaat, rennen ze niet allemaal zo snel mogelijk weg maar ze willen de groentespaghetti nog even proeven en zeggen dan gedag.

De klas is leeg, mijn oksels zijn droog en ik stik van de dorst. Yes, ik mag nog twee keer!

 

 

CURSUS COPYWRITING

Share on FacebookShare on Google+Share on LinkedInTweet about this on TwitterBuffer this page